Dit is het scheppingsverhaal van de Koejderanen.
Het verhaal over hoe het allemaal begon.
Het verhaal voor diegene die leven op de koude, kale vlakten van Groenland
Tot aan diegene die een bestaan hebben in het zuidelijkste punt van warm en donker Africa.
Voor de verhevene met de vier magen tot aan hen die ongelovig willen blijven.
Opdat wij hen niet verstoten maar juist opnemen in onze met gras bedekte samenleving als onze tijd om te heersen gekomen is.
Maar dit verhaal is vooral voor de mens, want het was de mens die afdwaalde van de kudde, het was de mens die zijn eigen geloven ging bedenken en weigerde gras te eten.
Voor de mens die alles wil weten en overal bewijs voor wil.
Ook daarom is dit verhaal is opgeschreven in de mensentaal. Opdat andere dieren dit niet meer nodig hebben om herinnerd te worden aan de tijden dat iets uit niets ontstond en koeien de wereld vredig en herkauwend regeerden.
Voor hen die zich willen laten bekeren, voor hen die waardig en eerbiedig genoeg zijn.
Daarvoor is dit verhaal
Het scheppingsverhaal
Dit verhaal heeft zijn groene wortels in de tijden van niets. In de tijd dat de maan nog leefde en de zon nog niet geboren was. Alles werd bijelkaar gehouden door een iemand, geen wezen , geen natuurverschijnsel, gewoon een kracht. In de tijd dat de grond grijs en onvruchtbaar was en de lucht zwart en dik van de smog. De wezens van die tijd waren de wezens van Skoet, mijn hemelgodin. Omdat de lucht dik was en tastbaar, hadden deze wezens geen vleugels nodig om te zweven. Toch noem ik ze engelen omdat ik geen idee heb hoe ze anders zouden moeten heten. Deze engelen waren het beste te vergelijken met wat er van een wezen overblijft als hij zijn lichaam verlaat. Maar onder de wereld van deze engelen, in het zachte schijnsel van de sterren op het lichaam van Skoet lag de uitgedroogde aardmoeder Maiky.
De kracht kreeg medelij met de aarde, de dode planten en de vele wezens die nooit geboren zouden worden. Hij verzamelde zich en trok zich terug op de buik van Maiky. Dat is de reden waarom het heelal zo leeg aanvoel. Omdat overal waar de kracht zich bevond alleen nog maar lege ruimte is overgebleven. Maar op het moment dat de kracht zich onttrok aan zoveel plaatsen tegelijk kwam er een beving, een zo heftig dat het de geesten verjoeg, de maangod Barka vermoorde en moederaarde bedekte met een laag stof. Ook vielen er een paar sterren naar beneden. En het waren deze lichtjes die op magische wijze vier koeien vormde; De Tettar-Koeien. Deze vier hadden bij zich het licht van de maan en de wijsheid van de wolken.
Maar ook al waren deze wezens wijs, zij hadden niet de kracht of het recht om de aarde waarop ze stonden te veranderen. Dat was het moment waarop de kracht voor de laatste keer verscheen. En uit de kolkende massa die het geworden was kwam een hand, en vier vingers raakte de aarde. De grond spleet open en groen gras, bomen en bloemen schoten uit de met de kracht bevloeide aarde. De kracht verdween, en een nieuwe periode van rust brak aan.
In die tijd schoot ook een eik uit de grond, ik, de verteller, de luisteraar naar verhalen en de beschrijver van levens die belangrijk zijn. Ik werd geboren in de tweede maancyclus van de tweede periode van rust. Dat was de tijd dat je van alleen gras kon leven, geen water nodig had en het licht werd gemaakt in de sterren.
De oereik (de luisteraar)